Geplaatst door Nynke op 16-05-2012 | Geen reacties
… wat doe je dan? Wat we meestal doen is onszelf eerst de ruimte geven om enthousiast te worden: je gaat je een beeld vormen van werken op een manier die past bij je idealen. Je geeft jezelf de ruimte om daar een goed scenario bij te bedenken: werk dat je inhoudelijk raakt, bezigheden die inspiratie opleveren, waar je het letterlijk warm van krijgt, collega’s die naar je luisteren omdat je hen aansteekt met je enthousiasme en die jou omgekeerd weten te enthousiasmeren. Ja, zo gaat het eruit zien. Zo moet het worden!
Dat beeldvormen lukt, het scenario is rond, maar dan? Je praat erover: met je partner, je beste vrienden. En… daar zijn de eerste advocaten van de duivel. Hoe goed bedoeld, je merkt dat je de beren op de weg die zij zien, ‘opeens’ ook in beeld hebt. En bij de zoveelste beer raak je wat ontmoedigd over je plannen. Je begint het er minder over te hebben.
Ondertussen gaat je werk door, ben je druk met afspraken en sociale contacten, sporten, huishoudelijkheden en na een tijdje, na de zoveelste beer, ligt je verlangen te versloffen op je spreekwoordelijke plank.
Er is al veel geschreven over dit fenomeen. Marinus Knoope heeft met zijn ‘Creatiespiraal’ bijvoorbeeld erg aan de weg getimmerd rondom het creëren en realiseren van je dromen. Ook op de verschillende sociale media vind je een schat aan bronnen waarin mensen hun eigen weg beschrijven van droom naar daad (en realisatie) en dat zijn dan de zgn. ‘slagers’, de mensen die het lukt.
Jij zit op dat andere punt, dat punt dat de berg nog niet beklommen is, de verandering nog niet gerealiseerd en van niemand ook maar de kleinste garantie dat het ooit gaat lukken… 
Voor tips en trucs, het model van Marinus, de vele ‘reisverslagen’ van je medeveranderaars, daarvoor kun je bij hen terecht op het web of in een echte ontmoeting wellicht.
Waar het mij om gaat is niet dat je daar komt waar je droom nu over gaat. Het is niet dat ultieme resultaat. Wat ik met je wil delen is dat je de berg al over bent, puur en alleen omdat je bijvoorbeeld dit leest, of je op deze site aan het verdiepen bent en tijd vrijmaakt om bezig te zijn met wat er van binnen in je leeft. Die afstemming, dat bewust-worden, dát is de berg. Daar gaat het over. Dat is mijn boodschap.
Het grote verschil tussen gelukkige mensen en niet-gelukkige mensen gaat uiteindelijk over die afstemming met jezelf. Daarin zit de bevrediging die leidt tot het ervaren van geluk omdat je jezelf hebt laten weten: Ik zie JOU! Ik luister naar JOU! Ik ben er voor JOU! Van daaruit heb je vervolgens de energie om te gaan realiseren en te manifesteren. En is de manifestatie daar? Dan ben je alweer bezig met het volgende… toch?
De beren op de weg, die zijn eigenlijk, als je heel eerlijk bent, alleen in beeld wanneer je het contact met jezelf even niet hebt: wanneer je wat een ander zegt tot norm verheft, wanneer je het resultaat belangrijker maakt dan de weg, wanneer je jezelf veroordeelt omdat je nog niet bent waar je had moeten zijn… Maar van wie?
Ik zal de laatste zijn die zegt dat onderweg zijn altijd leuk is. Maar geluk is ook geen constante en bestaat bij de gratie van minder gelukkige momenten of momenten dat je je niet eens bewust bent dat je iets voelt. Onderweg zijn is bewegen, van alles tegenkomen en ervaren, je laten verrijken. Net als op vakantie. Ook dan word je uitgedaagd: lekke band, verregende tent, portemonnaie gerold, enz. enz. En toch blijft vakantie een aantrekkelijk vooruitzicht.
Aandacht voor het proces brengt mooie vaak verrassend mooie resultaten. Aandacht voor de resultaten, brengt lang niet altijd een mooi proces.
Geplaatst door Nynke op 24-04-2012 | Geen reacties
‘Astro Radio, met Astrid, u wilt uw toekomst weten?’
Het begin van een commercial van de ABN AMRO-bank.
Toen ik deze reclame voor het eerst hoorde, moest ik glimlachen. Alleen deze eerste zin bleef hangen en een beetje de draak steken met astrologie als ‘consumer-good’, kan ik wel waarderen. Het relativeert, de waarde van spiritueel getinte oplossingen maar ook die van de bank zelf.
De commercial gaat verder in de trant van:
‘Ja, hallo, ik wil een huis kopen en ik wil weten hoe het gaat met de hypotheekrenteaftrek en ….’
Ja, ik krijg een beeld: ik zie veel grijze heren in pak die hun eindeloze politieke discussie heel simpel door één telefoongesprek beklonken weten. De hele Tweede Kamer heeft het nakijken. Mijn glimlach blijft.
‘…hoeveel kinderen ik krijg, …of mijn vrouw en ik bijelkaar blijven’…, dat was dat andere spotje met Astro Astrid. Ik zie een stel bij de bank een hypotheek regelen voor vijf jaar omdat ‘van boven’ is meegedeeld dat ze dan weer zullen scheiden. Het kan maar duidelijk zijn. Lekker op de automatische piloot door het leven…
Hierna komt de bank-mijnheer aan het woord, althans zijn stand-in in het spotje. Hij zegt zoiets als: ‘Omdat u niet weet hoe het er in de toekomst uit gaat zien, is er de ABN AMRO, hypotheek met toekomst. De hypotheek die rekening houdt met wat er gebeurt.’
Wat mij puzzelt is wat de ABN AMRO-bank nou wil overbrengen? Dat ze betrouwbaar is, door gekscherend te doen over toekomstvoorspellingen? Dan krijg je als consument wellicht het idee dat deze bank realistisch is en niet werkt op basis van vaagheden.
Wellicht wil ze in dat kader van betrouwbaarheid ook aangeven dat ze geleerd heeft van het verleden: ‘Speculeren en irrealistische beloftes doen, daar zijn we niet (meer?) van bij de ABN AMRO-bank.’
Of wil ze overbrengen dat ze empathisch is als bank? ‘Jeetje, jullie hebben het als consumenten en klanten van een bank best zwaar in deze crisis. Dat begrijpen we heel goed. Een huis kopen in deze tijd is ook best moeilijk. En omdat wij dat snappen zijn we zonder meer flexibel en spelen in op de problemen van deze tijd.’
De empathie stopt hier niet want de stand-in gaat door, ongeveer zo: ‘En omdat verhuizen al genoeg kost, krijgt u 2000,- bruto premie kado.’
Het idee als klant geld toe te krijgen van een bank, geweldig toch? ‘Ja, inderdaad, verhuizen is duur, ABN AMRO. Fijn dat jullie mee willen betalen. Jeetje, ik durfde het al niet aan mijn (schoon)ouders te vragen…’
Wat ik uit deze reclame niet haal is wat ik als klant zoek wanneer ik me in de schulden steek omdat ik een huis wil laten financieren: ik wil heel graag echt contact met een echt mens in plaats van een account manager die niet mij centraal stelt maar zijn target.
Graag wil ik een specialist die thuis is in wat hij mij verkoopt, in plaats van een front-officer, die moet verkopen en een back-officer, die weliswaar inhoudelijk veel weet van 1 of meer producten van de bank, maar mij niet spreekt.
En ik geloof werkelijk niet dat de bank kadootjes van 2000,- bruto uitdeelt. De eerste gedachte die bij me opkomt is dan: ‘Waarom zie ik die adder onder het gras niet? Wat wil de bank voor dit kado terug hebben?’
Beste ‘verkoper’ bij de bank, hoe ervaar jij dit spotje? Voel je je aangesproken als vertegenwoordiger van de bank van de toekomst? Wat leeft er in jouw gesprek met die potentiële klant? Heb je wellicht zelf wel eens (allang niet meer voor zwevers) een horoscoop laten maken en wat heeft dat je opgeleverd? Wat zou jij willen communiceren als je een reclameboodschap zou mogen maken voor de bank?
Kijk, dat vind ik dan weer interessant: inzoomen op die mens achter de bank van de toekomst uit de reclame. Die mens die zelf ook keuzestress zal tegenkomen op momenten. En dan, denk ik, ook persoonlijk en betrouwbaar contact zoekt en transparante beloften wil horen, die waargemaakt worden. Of heb ik het mis?
Is het een leuk idee om een groep medewerkers van Dé Bank een volgende reclame-uiting zélf te laten produceren, ondersteund door een professioneel bureau? Ben heel benieuwd naar het resultaat.
Leuk als medewerkers van deze bank van de toekomst reageren… Dank!
Geplaatst door Nynke op 13-04-2012 | 2 reacties
Ja, mijn fiets moest het ontgelden de afgelopen twee weken. Alleen deze keer was het echt alleen maar mijn schuld. Na een bespreking in het Utrechtse, teruglopend naar de Prins Hendrikkade (Amsterdam), voor het Barbizon Palace Hotel, probeer ik mijn trouwe vervoerder al te spotten van afstand. Helaas, zonder succes. Grappig wat er dan gebeurt: ik heb al gezien dat mijn fiets er niet meer staat maar ik ontken het gewoon met mijn gedachten en ga een kwartier heen en weer lopen langs alle rekken. Alsof degene die hem heeft weggehaald, het ding met sloten en al, ergens tussen de massa’s fietsen in een rek zal wurmen. Waar helemaal geen plek is, de reden dat ik mijn fiets üperhaupt buiten de rekken had geplaatst.
Een goed kwartier later dus, besloot ik dat mijn fiets echt weg was en ben gaan lopen. Inmiddels raak ik steeds bedrevener in het niet blijven hangen in: “had ik mijn fiets nu gehad, dan was ik inmiddels al thuis geweest…” enzovoort en zo verder. Nee, lekker lopend, genietend van de late zonnestralen, vallen me ineens weer allemaal dingen op: een nieuw Italiaans eettentje dat er heel goed uitziet (wauw, onthouden!), een leuke kledingboetiek (ja, ook nog naartoe) en vooral: heel veel fietsenhandeltjes (nooit gezien) die natuurlijk ook 2e hands fietsen verkopen, opgeknapt en wel. Ik bezoek ze allemaal. En informeer naar hun prijzen. Ach, misschien moet ik gewoon maar meteen eentje kopen.
Maar ergens staat me bij dat mijn fiets niet weg is. Weg in de zin van gejat en doorverkocht. Nee, de gemeente handhaaft (naast dat ze veel gedoogt). En ze handhaven onder andere de regel dat fietsen in Amsterdam niet buiten rekken of vakken ‘geparkeerd’ mogen worden. Vandaar dat grote fietshotel aan de westzijde van het Centraal Station. Daar word ik claustrofobisch van. Dus daar sta ik nooit. Ik ontduik de regels en vaar wel bij gedogen.
Thuisgekomen kom ik er achter dat er inderdaad een fietsdepot bestaat in het Westelijk Havengebied van Amsterdam. Als je een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving geeft van je fiets, dan zoeken ze dat op in hun database. Is er een match, dan mag je je fiets voor een tientje weer komen halen.
De volgende ochtend bel ik op: de mijnheer die me te woord staat is heel aardig. Hij tikt mijn beschrijving in en is bijna net zo enthousiast als ik: mijn fiets is gevonden! Het begin van een voortreffelijke service.
Ik weet dat in deze tijd persoonlijke groei veelal wordt gekoppeld aan loslaten, aan ont-materialiseren maar ik ben toevallig zielsgelukkig dat mijn heerlijke fiets weer terecht is. Ik kan me erg hechten aan spullen. Is dat ‘old school’? Je zou het ook gewoon duurzaam kunnen noemen. Ik pas er goed op en spullen gaan ja-ren-lang mee.
Helemaal gelukkig kom ik aan bij het fietsdepot. Makkelijk te vinden: heldere website en bewegwijzering, de service goes on…
Ik kom binnen in het kantoortje: aardige mensen die groeten en meteen gaan helpen. De mijnheer achter de balie herkent me nog van de telefoon. Heerlijk om als klant (h)erkent te worden! Een ‘mannetje’ met een niet-balie-functie (heldere taakverdeling bij de gemeente!) loopt mee naar mijn fiets. Alle ‘opgepakte’ fietsen worden pijlsnijl in de database gezet en gerubriceerd in vakken op alfabet. #Efficiëncy
“Hoeveel fietsen staan hier nou?”, vraag ik. Het mannetje lacht: “Tussen de 8 en 15-duizend,” zegt hij in plat Amsterdams. “De drukte komt altijd in golven.”
Ja, dat denk ik ook wel, want de handhavings-acties van de gemeente gaan volgens mij ook in golven. Maar dat zeg ik niet.
“Maar waarom halen mensen hun fiets niet op?”, vraag ik weer. “Ach mevrouwtje, een fiets is een wegwerpartikel. Je koopt er een voor 75,- euro en ga maar na wat zo’n moderne mobiele telefoon kost. Wat is nou nog 75,- euro? Studenten hebben soms wel vijf fietsen staan op verschillende plekken in de stad. De stad slibt gewoon dicht met fietsen.”
Ik herinner me dat ik ook al bijna meteen een andere fiets had gekocht. Wat een verspilling. Wat niet wordt teruggehaald, wordt deels geveild. Een groot deel gaat naar sociale werkvoorzieningsprojecten, waar fietsen weer worden opgelapt. Dat brengt iets op. Maar per weggehaalde fiets, kost het de gemeente ca. 90,- euro, zo laat ik me voorlichten. Hmm, ik voel me betrapt.
De service gaat door: na betaling van mijn tientje, krijg ik een keurige uitdraai met alle kenmerken van mijn fiets. Makkelijk, zegt de balie-man, voor als je fiets gestolen wordt, dan kun je dit doorgeven en heb je veel meer kans dat hij terugkomt. Ik krijg er zelfs een handig creditcard-formaat kaartje bij, voor in mijn portemonnaie, waar ik alles kort en bondig op kan invullen. Heb ik het altijd bij de hand. De man en het mannetje wensen me een fijne dag. Geen woord over mijn slordigheid. Hun vriendelijkheid en uitleg hebben op mij veel meer effect. Ja, ik zal mijn leven beteren en mijn fiets neerzetten waar hij hoort en niet stoort.
Geplaatst door Nynke op 02-04-2012 | 2 reacties
Vrijdagavond, klaar met mijn laatste afspraak zo rond half zeven. Ik wil op mijn fiets stappen en dat voelt anders, zwaar. Ik ken dat ‘anders’ inmiddels wel, maar registreer dan toch niet meteen dat mijn band gewoon lek is. Lopen dus.
Zaterdagmorgen meteen mijn fiets wegbrengen. Ik plak ook wel zelf maar nu even niet. Fijn dat ik de eerste klant ben om 9u ’s morgens. Snel door want er is veel te doen, ook op zaterdag.
Om kwart voor vijf kom ik mijn fiets ophalen. Even snel, op weg naar mijn afspraak. Het is beduidend drukker. Ik groet en wacht even. Er wordt terug gegroet en verder gebeurt er niet zoveel. De fietsenmaker, is bezig met een racefiets.
De eigenaresse, leuke meid, goedlachs, bos donkere krullen, zit naast hem op een kruk en lijkt het goed te kunnen vinden met de twee wat oudere mannen die er ook omheen staan. Er is nog een dame. Ook heel relaxt, zittend en wachtend op een andere kruk. Met z’n vijven hebben ze het over krakersrellen in de jaren tachtig: “Tering, het leek wel oorlog”, de een. “Oorlog ja. Ik heb m’n spullen gepakt en ben naar Frankrijk vertrokken en vijf jaar lang niet teruggekomen. Wat een zootje”, de ander. De fietsenmaker zelf kijkt goedlachs over het leesbrilletje op het puntje van zijn neus en vindt er het zijne van. Ook de dames weten nog van de rellen. Bijzonder. Ze moeten zo net twintig zijn geweest toen, net als ik.
We zijn zo’n vijf minuten verder en ik ben nog steeds een soort publiek bij een theaterstukje waar ik inval zonder dat dat mijn intentie was. Ik bedenk voortdurend of ik in zal breken en vragen of iemand me kan helpen. Ik moet toch door. Tegelijk ervaar ik een soort ongeschreven regel die zegt dat ik gewoon publiek moet blijven en dat alles vanzelf goedkomt.
Een bedeesde jongeman komt naar me toe en vraagt of hij kan helpen. Ik laat mijn bon zien en zeg dat ik mijn fiets kom halen. Heel keurig haalt hij mijn fiets.
€ 9.50, schappelijk prijsje. Ik vraag of ik kan pinnen. Ai, dat wordt lastig. De bedeesde jongeman weet niet hoe het werkt. Hij geeft, weer heel bedeesd, aan dat ik even moet wachten.
Weer aarzel ik: zal ik vragen of de fietsenmaker het niet even kan doen? Hij lijkt me de baas en zal geen pinautomaat hebben aangeschaft om er vervolgens niet mee te kunnen werken. Maar ik aarzel opnieuw. Nog steeds druk met de racefiets en de krakersrellen, dwingt de baas op de een of andere manier respect af. Hij lijkt exact te weten wat hij doet. Ik ben zijn klant. Hij heeft verder dan een groet nog geen woord met me gewisseld maar is ongelooflijk zeker dat ik een tevreden klant blijf. Hoe kan dat nou, denk ik? In welke andere winkel of horeca-gelegenheid gaat de baas zo met zijn klanten om?
Maar bij de fietsenmakerij heerst een andere code. De baas met zijn brilletje is de hoofdrolspeler in de wisselende scènes, steeds bevolkt door andere mede-spelers: klanten en praatgrage buurtmensen. Hij ziet iedereen, groet, lacht en kijkt je af en toe even aan. En ondertussen werkt hij vakkundig door aan de ‘patiënt’ die in de beugels hangt.
Dan is de racefiets klaar. De leuke, goedlachse meid is blij. Alles wordt nog even op maat gesteld voor haar. Ze betaalt, krijgt een aantal adviezen en een gratis bidon (het was een pittige rekening!) en ze vertrekt.
Inmiddels is het publiek aangegroeid met drie jongemannen die een bakfiets willen huren. “Kun je bakfiets rijden?”, vraagt de eigenaar over zijn brilletje. Een van de jongens knikt. Ook zij blijken krakers. De nieuwe lichting, zeg maar. “Maar je moet wachten, eerst deze dame”, en de eigenaar wijst naar mij. Ik merk dat ik hem heel sympathiek ben gaan vinden. “Gelukkig heb ik mijn mond gehouden”, denk ik.
Even later sta ik buiten, hup op mijn fiets naar mijn afspraak. Mijn stress van even geleden is volledig weg. Ik merk dat ik heb genoten, daar in die fietsenmakerij. Wat relaxt: niets doen, luisteren naar mensen die elkaar niet kennen en echt een leuk contact hebben, zo op de zaterdagmiddag.
Aangekomen, (vijf minuten te laat), zit mijn afspraak al even relaxt achter een kop thee. Hoe ingewikkeld kan het leven zijn?
Geplaatst door Nynke op 19-03-2012 | Geen reacties
Ik ben een groot fan van detectives, zowel in boek- als dvd-vorm. Eigenlijk lees ik nauwelijks. Maar thrillers en detectives kan ik vaak niet wegleggen. En wanneer ik thuis naar een dvd kijk, is het ook vaak een detective. In elke taal behalve in het Nederlands. Dat genre is niet aan ons besteed. We bakken er niets van. Maar dat terzijde.
De laatste weken stond bij ons ‘Prime Suspect’ op het menu met Helen Mirren in de hoofdrol als Detective Chief Inspector Jane Tennison. Wat een ontzettend goede actrice is dat! De laatste dvd uit deze serie kroop weer onder mijn huid.
Meisje van 14: Sallie, zeer strenge ouders, wordt vermist en vermoord teruggevonden. Ze blijkt zwanger van haar schoolhoofd, toevallig ook haar overbuurman en de vader van haar klasgenootje Penny. Penny, ook het leven aan het ontdekken en gek op een jongen van haar leeftijd, een boefje die al een paar keer is opgepakt, blijkt aan het einde de moordenares van Sallie. Motief volgens Penny: jaloezie. Sallie blijkt het boefje namelijk ook leuk te vinden, net als heel veel meisjes van de school. Echter Penny’s daad zal meer nog zijn ingegeven door het feit dat juist haar vader de verwekker is van het kind in de buik van haar buurmeisje. Dat is immers hoogverraad voor een kind!
Alle ingrediënten kloppen: families in een minder goede buurt van een stad, jongeren die hun weg moeten vinden in zo’n buurt en al vroeg in aanraking komen met drugs, alcohol, sex en criminaliteit. En de relatie tussen ouders en kinderen die vaak moeizaam is.
Welke koers vaar je als ouder in die harde wereld waar je je kind moet loslaten op weg naar zelfstandigheid en tegelijk bescherming moet bieden tegen het leven zelf? Een hele lastige vraag. Wanneer doe je het goed als ouder? En in hoeverre mag je het kind zelf aanrekenen wat het doet?

Ouder en kind
Naast de pracht-rol van Helen Mirren, schittert wat mij betreft ook het meisje Penny, die, door wie ze is, heel dichtbij de meestal zo afstandelijke Chief Inspector Tennison ‘mag’ komen. Penny wekt empathie op. Ze speelt overtuigend: heel authentiek, beetje timide en duidelijk worstelend met wat ze meemaakt. Een grote rol in Penny’s leven speelt het contact met haar ouders, of liever: het gebrek daaraan. Ze voelt zich ongezien en onbegrepen en hunkert naar hun liefde en oprechte aandacht. In de Chief Inspector ziet ze, naarmate ze haar leert kennen door het moordonderzoek, wel die ouder: Jane verplaatst zich in haar en sluit aan op haar belevingswereld.
Jane heeft bijna meteen een zwak voor Penny, ervaart liefde voor het kind en laat dat ook even toe, natuurlijk in een fase waarin ze zelf erg kwetsbaar is. Ze geniet van het contact met Penny en je ziet de altijd zo harde en afstandelijke detective voor even een mens zijn met gevoelens, met een zachte, moederlijke kant. Altijd gevaarlijk natuurlijk om privé en werk te mengen in zo’n beroep. En ook nu blijkt juist Penny de moordenares. Hoe wrang.
De liefde tussen Jane en Penny trof me. Zo volkomen ongepast en tegelijk zo oprecht en daardoor niet te stoppen. Misschien dat het me daarom zo raakte: liefde laat zich niet de les lezen. Jane handelde onprofessioneel en risicovol. En Penny had iemand omgebracht. Maar het blijven allebei mensen met een hart. En ze hebben, net als iedereen, behoefte aan liefde en oprecht contact. Ze willen ook gezien worden om wie ze zijn, onder het schild dat ze naar buiten tonen.
Ieder mens heeft liefde nodig. En ieder mens heeft liefde te geven. Maar waar zit de deur naar iemands hart wanneer het leven niet mals is en de ervaring heeft geleerd de deur beter onvindbaar te laten?
En wie zet de eerste stap? Ben je zelf degene die, ondanks pijnlijke ervaringen uit het verleden, de weg naar jouw deur laat zien? Of geef je zelf als eerste je onvoorwaardelijke liefdevolle aandacht aan iemand, ook al merk je dat er geen enkele deur open staat?
Liefde is… misschien wel de eerste stap zetten waarbij je nooit weet of je iets terugkrijgt. Zoals de onvoorwaardelijke liefde van de ouder naar het kind.
Geplaatst door Nynke op 12-03-2012 | Geen reacties
Typ dit zinnetje eens in op Google en je krijgt ca 12,5 duizend zoekresultaten.
Hoe lang is het geleden dat dit echt een populaire uitspraak werd? Misschien wel zolang begeleidingsvormen als coaching in zwang zijn geraakt. Inmiddels is voelen een geaccepteerd ‘argument’ geworden. Een ijkpunt voor zo’n brede acceptatie vind ik het moment dat de mainstream media het oppikken. En politici, (vakbonds-)bestuurders en ondernemersbazen, die ook het vaakst in die media opduiken, zo’n uitspraak in de mond nemen. Meestal lopen zij toch iets achter op wat allang in gebruik is geraakt in de ‘wandelgangen’ zoals vandaag de dag de virtuele wandelgangen van de sociale media.
Wat zegt deze uitspraak nou eigenlijk? Dat hetgeen niet goed voelt ook niet goed is om te doen? Jodium op een wond voelt meestal ook niet goed omdat het prikt. En je gebit laten reinigen bij de mondhygiënist is al even onaangenaam maar is af en toe wel verstandig, zegt mijn tandarts en dat beaam ik inmiddels. Dus de uitspraak ‘het voelt niet goed’ inzetten als kompas voor het leven is zo eenvoudig nog niet.

Kompas voor het leven
En waar de effecten van jodium en mondhygiëne nog wetenschappelijk hard zijn te maken, wordt het lastiger wanneer ik ‘voelen’ als kompas inzet om te duiden wat ik wil (of juist niet) op het gebied van persoonlijke groei en menselijke interactie. Zoals in een aantal workshops en trainingen, waarin ik sterke tegenzin waarnam bij mezelf. Iets voelde absoluut niet goed maar wist ik daarmee ook werkelijk dat die training of workshop niet goed voor me was?
De trainer of begeleider was in de meeste gevallen overtuigd van het tegendeel: “groeien is nooit leuk” en een zeer populaire: “je moet uit je comfort zone”, of om met onze politici te spreken: “eerst het zuur en dan het zoet”. Tja, wat doe je dan? In eerste instantie ging ik dan altijd maar door, het advies opvolgend dat even door de zure appel heen bijten me absoluut veel zou brengen. Maar heel vaak kwam ik op een punt waarbij ik weliswaar mijn gevoel nog steeds niet nader kon onderbouwen maar zo zeker was van mijn zaak, dat ik mijn eigen plan trok en actie ondernam. Dan begon ik grenzen te stellen, dingen te weigeren en vertrok in het ‘ergste’ geval. Meestal uitgeleide gedaan door : “Tja, jouw keuze maar je komt jezelf altijd weer tegen…”, wat natuurlijk waar is, gelukkig.
Eerlijk is eerlijk: ik kan ook een heel aantal voorbeelden te noemen waarbij dat vage ‘het voelt niet goed…’ me inderdaad in een fase heeft gebracht waarin ik me door de confrontatie bewust ben geworden van iets dat ik te leren had om verder komen in mijn ontwikkeling. Waarom liep ik daar niet weg? Wat maakte het verschil?
Terugkijkend kom ik tot een aantal conclusies. Ten eerste de conclusie dat het wel degelijk opgaat dat ik veel kan leren door dingen te doen die niet meteen in mijn dagelijkse routine zitten en dus oncomfortabel aan’voelen’.
Ook kom ik tot de conclusie dat ik het belangrijk vind dat ik hierover in gesprek kan zijn met een trainer, coach of leidinggevende op dat moment, zonder opgelegd te krijgen dat iets nou eenmaal zo is. Ik wil vragen kunnen stellen. En ik wil antwoorden die uitleg geven. Niet vanuit het ego van de trainer (“ik ben hier de trainer dus ik heb de wijsheid in pacht”) maar vanuit ervaren levenswijsheid. Levenswijsheid zelf is de leraar van het leven, de mens als trainer of coach is de boodschapper die dat doorgeeft en die, als het goed is, zelf net zo veel leert door continue ervaring. Althans dat is mijn visie. Ik wil een respectvolle relatie met mijn ‘boodschappers’, waardoor ik me op een veilige manier niet goed kan voelen.
Nog een andere conclusie die ik trek is dat ik vierkant achter mezelf wil blijven staan wanneer ik mijn grens trek en een ongemakkelijke situatie niet verder wil onderzoeken. Ook al kan ik ervan leren.
Want respect hebben voor dat stemmetje in mij dat zegt: “Hé, hoor me en ontken me niet.”, is voor mij fundamenteel. Waarschijnlijk kom ik er dan op een later moment wel achter wat er niet klopte voor mij. En wellicht ook dat ik niet weg had hoeven gaan. Maar dan ben ik op dat moment wel trouw gebleven aan mezelf en daarmee aan de enige die mijn hele leven bij me is. Daar kan ik niet omheen.
Alle wegen leiden naar Rome, is mijn laatste conclusie. Ook de zogenaamd ‘verkeerde’ keuzes die ik maak. Linksom of rechtsom leer ik mijn lessen. En dan geef ik toch de voorkeur aan die keuzes waarbij ik aan mezelf kan verantwoorden dat ik ze maakte en, soms na enige tijd, ook waarom. Die verantwoordelijkheid voor mijn leven, geef ik niet graag uit handen.
Geplaatst door Nynke op 04-03-2012 | Geen reacties
Het weekend dat de Apple Store op het Leidseplein in Amsterdam zijn deuren opent, het weekend dat Poetin wordt herkozen… Maar vooral het weekend dat ik Bruce zijn nieuwe cd ‘Wrecking ball’ grijs draai en me onderdompel in Youtube filmpjes van de Boss, zijn vrouw Patti en tributes aan Clemons, ‘zijn’ saxofonist.
Er is redelijk wat media aandacht voor dit nieuwe album dat weer zo’n typisch geëngageerd Boss-album heet te zijn. Maar eigenlijk is dat voor mij niet de reden dat ik erin opga. Ik kan dat geëngageerde niet eens goed onderscheiden als ik eerlijk ben. Ben minder gefocust op zijn teksten als wel op het totaal dat hij brengt. Ook een van zijn minder bekende albums ‘Devils and Dust’ bijvoorbeeld, nam me mee.
Wat is het, dat raken? Duidelijk is dat geraakt worden erg verschilt van persoon tot persoon. Aangezien ze heel populair zijn zullen ook Lady Gaga, nr 1. D.J. David Guetta, en de iets minder internationaal bekende, Jan Smit, Marco Borsato en Guus Meeuwis veel mensen raken. Iets waar ik me dan weer minder bij voor kan stellen. Of, even een zijpad, Nelson Mandela. Is wat hij raakt universeel? En de geboorte van een kind. Wie blijft daar onberoerd onder?
Voor mij zit het raken ‘m in het creatieproces: van niets, iets maken. De geest of de ziel in de vorm gieten. Wie heeft een geest ooit in zijn handen gehad? Volgens mij is het nog vluchtiger dan gas.
Bruce… Ik zie voor me een man, artiest, vader, bezig met wat er in hem gebeurt, zijn gevoelens, zijn gedachten. Waar gaat het over? Wat is de boodschap? Ik zie voor me een man die iedere dag heel hard en gedisciplineerd werkt om klanken te vinden, akkoorden, teksten en ritmes. Hij zet op, slijpt fijn. Hij begint en verwerpt weer. Hij zwoegt op wat hij naar buiten wil brengen, iedere dag weer. Af en toe gooit hij alles in een hoek en gaat een stuk rijden of laat zich opbeuren door zijn vrouw en kinderen. En dan begint hij weer, een stuk weer oppakkend, was het het wel of toch niet? Weer proberen…
En dan bereikt hij een punt waarop teksten gaan rollen, de muziek zich voegt, ritmes vanzelf gaan en zijn hart sneller klopt: dit klopt! Hij weet het. En vanaf dat moment gaat het vloeiend. De basis van het album is geboren en hij gaat spelen met de band. En het geheel komt tot leven. Ze ervaren het, ze voelen het, de leden van de band: dit is het. Dit is hoe het moest zijn voor het bestond!
Daarna gaat de hele machine in werking: opnames, de marketing, tour plannen, PR etc etc. Zou het zo gaan?
Vieren ze het moment van de geboorte? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat Bruce Springsteen voor mij een van die mensen is waarbij wat hij maakt, creaties zijn zoals het leven zelf: conceptie, zorg en aandacht om te groeien en bloed, zweet en tranen om geboren te worden.
Hij verdient er een aardige cent mee. Is hij daarom minder geloofwaardig in z’n engagement?
Mijn idee over geld is dat iedereen een broekmaat heeft, ook voor de hoeveelheid geld die bij iemand past. Net als bij een te grote broekmaat bij te dikke mensen die zich over-eten en ziek worden, kan ook meer geld verdienen dan je broekmaat, je opbreken. Maar de hoeveelheid geld is niet een norm op zich heb ik het idee. Als je broekmaat klopt, blijf je gezond en blijf je creëren.
De energie, zoals geld tegenwoordig steeds vaker wordt aangeduid, blijft bewegen en voortbrengen, hoopt zich niet op tot een explosie of implosie volgt. Nee, de energie wil gaan. En dat is iets dat Bruce illustreert in zijn imposante meer dan veertigjarige carrière.
Een grote broekmaat voor een grote man. (Voor alle duidelijkheid: hier spreekt een fan.)
Geplaatst door Nynke op 27-02-2012 | Geen reacties
NOS journaal, 15 feb 2012: “Het barst van de afval in de ruimte, veroorzaakt door onszelf. Dat afval draait in banen om de aarde, waar het schade kan toebrengen aan satellieten. Het puin kan zelfs gevaarlijke zijn voor André Kuipers en zijn collega’s in het internationaal ruimtestation. Professor Boudewijn Ambrosius, hoogleraarruimtevaarttechniek bij de TU Delft, Afval in de Ruimte.” (Afbeelding “Solar cleanup” is van Jianping Fan uit Guangzhou (China): http://bit.ly/xYIjbZ).

Ook in de ruimte, komen we onszelf tegen...
Van vroeger weet ik niet zo heel veel meer. Wel staat me nog bij dat ik altijd kauwgom in mijn mond had. Dat had ik van mijn vader geleerd. Die ging nooit de deur uit zonder een kauwgompje in zijn mond te steken. Hij was nogal van een gaaf gebit en zei dat het hielp om je gebit schoon te maken tussen de poetsbeurten door. Goed voorbeeld doet goed volgen, dus ik deed het na.
Toen ik iets ouder was, 17 jaar ongeveer, en ik veel uitging, kreeg dit nog een andere lading: een frisse adem was aantrekkelijk zo was het motto. En als 17-jarige wil je aantrekkelijk gevonden worden. Daar draaide het hele uitgaan toch om?
Wat deed ik met al die kauwgom? De eerste paar keer dat ik het als kind nam, spuugde ik het vaak uit in mijn vaders hand. Dat beeld zie ik nog voor me. Vaste prik bijvoorbeeld als we stoei-en-ren-spelletjes gingen doen en hij bang was dat ik me zou verslikken.
Maar later spuugde ik het uit op straat. Ook dat beeld haal ik moeiteloos terug. Ik spuugde het op straat, op de stoep of in de natuur, waar ik ook was. Als ik er genoeg van had, kon het weg.
Maar wat is weg? Weg uit mijn mond. Weg uit mijn gedachten. Maar niet weg van de straat of het stukje groen. Daar bleef het liggen, wellicht nog voor een deel meeliftend aan iemands schoen… Boze blikken en een hardgrondige vloek als gevolg.
Nog wat ouder, zei een vriendin een keer tegen me wat ik eigenlijk dacht dat ik aan het doen was door het zomaar weg te spugen. Ik begreep eerst niet waar ze het over had. Maar, geraakt in het gevoel terechtgewezen te worden, nam ik snel het besluit het nooit meer te doen. En opeens begon het me op te vallen hoeveel kauwgom er op de weg lag. Erger nog: het zag er verschrikkelijk uit wanneer iemand voor me zijn kauwgom klakkeloos opzij spuugde. Kledder, op de stoep, een verse witte of roze hoop smurrie die chemisch rook.
En er begon me meer op te vallen. Het begon te steken als ik mensen hun leeggegeten zakjes zag weggooien of net besnoten papieren zakdoek. Plagend maar met kloppend hart, durfde ik af en toe zo iemand aan te spreken met: “He, je verliest wat.” Of het zakje zelfs op te rapen en bij wijze van hulpvaardige geste, terug te geven aan de (bijna) voormalige eigenaar.
Hoe meer we ontdekken en blootleggen van de wereld om ons heen, hoe meer we onszelf opnieuw tegenkomen. We hebben alle plekken van onze aardbol ontdekt, grote delen van de zee en steeds vaker, maken we de sprong nog verder het universum in: naar de maan. Hoe verrassend is het telkens weer ons eigen afval dat ons toelacht: het is een kleine wereld. We ontsnappen nooit aan het bijten in onze eigen staart en leren tegen wil en dank dat die staart op dit moment zwaar op de maag ligt…
Geplaatst door Nynke op 19-02-2012 | Geen reacties
Het is helemaal in: jezelf zijn. Zo bekeek ik dit weekend het filmpje van Lori Deschene de ‘Wonderlustpresentation’ op http://tinybuddha.com/8-reasons-to-buy-the-tiny-buddha-book/. Ze is de initiator van Tiny Buddha: Simple Wisdom for Life’s Hard Questions, een site, een boek en andere sociale media-uitingen daaraan gekoppeld.
Lori vertelt haar verhaal over alle rollen die ze speelde en nog steeds wel speelt. Over iedereen die ze graag wilde zijn, maar in feite niet was. Over persoonlijkheden die ze dacht te moeten aannemen maar niet kon waarmaken. En hoe dat haar niet verder bracht. Ze geeft drie ‘waarheden’ om met je echte zelf contact te maken:
- The only way we can connect with people is to be willing to remove distance.
- This moment is worthy. Wherever you are, this is life!
- Connection starts with attention.
Ja, beaamt ze, iedereen heeft verschillende rollen. En daar is niets mis mee. Als je je leven maar niet laat overnemen door die rollen. Dus: blijf jezelf en leef JOU uit in rollen die passen in het moment. Dat klinkt als een handzame tip maar goed, dan is het nog steeds belangrijk dat je weet wie JIJ dan bent, de ‘authentieke’ jij, welteverstaan.
Hoe maak je onderscheid tussen die authentieke jij en al die andere ‘jij’s’, je rollen? Wanneer weet je of je goed zit? Lori helpt je op weg: creëer geen afstand tussen jou en anderen of tussen jou en wat je doet: wees in het moment en heb werkelijk aandacht voor wat je doet en voor de persoon met wie je bent.
Ok, nu de toepassing. Laat ik beginnen met ‘creëer geen afstand’. Nou is werkelijk contact maken ongeveer de enige ‘tool’ die ik hanteer in mijn werk. Dus Lori’s aanbeveling lijkt me niet heel lastig om toe te passen. Integendeel, zelfs in de rollen, die ook ik klaarblijkelijk speel, ervaar ik geen afstand, noch ervaar ik minder ‘echt’ te zijn. Vanuit mijn rol als coach (ook dat schijnt een rol te zijn) heb ik ook niet minder aandacht voor mijn klant, of ik moet me heel sterk vergissen. Of is die authentieke Nynke gewoon een heel veelzijdig type, multi-rol-able?
Maar dan: ‘in het moment’ zijn, want ieder moment is het leven zelf. Het lijkt me een onmogelijke opdracht. Zodra ik besluit dit te doen, heb ik alweer een sloot gegraven tussen mij en het moment. Want het besluit nemen, suggereert immers dat ik niet in het moment ben. En iedere keer wanneer ik dit advies ontmoet, en tegenwoordig kan ik er niet meer omheen; ik zie het overal, word ik er weer pijnlijk aan herinnerd dat mijn leven een aaneenschakeling van momenten is waar ik (er) niet ben. Maar waar ben ik dan?
Net als met alle rollen die ik speel, waarvan ik vermoed dat ik dat helemaal authentiek en zelf ben, heb ik ook het idee dat ik in alle momenten dat ik niet ‘in het moment’ ben, volop aanwezig ben.
En dan opeens, zomaar, zijn er de wondertjes. Op willekeurige momenten. Zonder dat ik er bij nadenk, bij heb stilgestaan, zonder dat ik iets besloten heb te doen. Opeens, leer ik terugkijkend, ervoer ik noch gedachte, noch gevoel, noch rol, noch moment, noch tip, noch opdracht, noch niets …
Pas achteraf weet ik dat ik weer zo’n wondertje heb meegemaakt. Zo’n wondertje van in het moment Nynke zijn, zonder dat het moment of ikzelf een rol speelde.

Groots, die paar momenten...
Ja, dat is leven. Zoals een van mijn grote helden Huub van der Lubbe van de popgroep De Dijk zo mooi beschreef: “Hoe graag je ook zou willen, je doet er niks meer aan. De dingen die gebeuren, gaan zoals ze gaan. Maar groots die paar momenten, waar het allemaal om gaat… het wordt steeds sneller donker en het wordt steeds vroeger laat.”
Geplaatst door Nynke op 13-02-2012 | 4 reacties
We lezen in het weekend de bijlage van het Financieel Dagblad, FD persoonlijk heet het. Onder het genot van een espresso, met schuimkopje, en een croissant van het Vlaamsch Broodhuys, sla ik dan weer vol verwachting het blad open.
Niet dat het zo’n fantastisch tijdschrift is. Het is meer de koppeling aan het moment: het begin van een weekend, koffie, croissant en dan… beginnen met het eerste item, het droomweekend. Vaste prik. Dit gaat over een weekendverslag door een meer of minder bekend iemand, maar nooit zomaar een doorsnee Nederlander. De ondertitel is: ‘Een ideale agenda zonder beperkingen van tijd, afstand of geld.’ Dat klinkt heerlijk toch?
Ook daarna volgt iets dat ik graag lees: de column van Pia de Jong. Een soort luchtige alledaagsheid vermengt ze met het raken van een gevoelige snaar. Dit is mijn favoriete manier van vertellen: levensthema’s brengen op een manier die soepel valt. Zoals je een kind spruitjes leert eten, ‘verpakt’ in appelmoes.
Deze pagina’s raken me. Wat zegt dat over mij? Ik houd van reizen, van culturele ontdekkingen in mooie, vaak Europese hoofdsteden. Van wegdromen aan idyllische stranden, van natuurtochten die je laten ervaren hoe klein je bent. Ik houd ervan te worden geraakt.
Deze week kwamen in het item ‘Reportage’, expat-kinderen aan het woord. ‘Altijd onrust’, luidde de titel. Aan het woord onder andere Annechien van Blom. Ook haar verhaal raakte me. Een citaat: ‘In een groep voelde ze zich vaak de buitenstaander.’ Van Blom: “Dan dacht ik: zij weten hoe het moet.” ‘Nu ze ouder is, spreekt ze zichzelf toe dat zij er net zo goed bij hoort.’ En verderop: ‘Veel voormalige expatkinderen ervaren een identiteitsworsteling.’ Van Blom wordt later nogmaals geciteerd over wanneer ze aan haar toekomst denkt en dat is bij mij een schot in de roos: “Ik heb wel altijd het gevoel: dat moet nog gebeuren. Alsof ik altijd in een tussenfase zit. Ja, ik heb een groot tussenfasegevoel.”

Ook ik heb een sterk ‘tussenfasegevoel’. Al heel lang. En nog veel langer ook het ‘mijn-leven-moet-nog-beginnen’-gevoel. Er staat iets te gebeuren. Er komt iets op mijn pad, en dan… Ja, wat dan? Wat ervaar ik als mijn leven (eindelijk) begint? Waarop wacht ik nu in de coulissen? Voor ik het weet zet de slot-akte in en valt het doek. Applaus (als het meezit), einde verhaal. Of ben ik zelf aan zet? Begint mijn leven wanneer ik daarvoor kies? Is kiezen, leven?
Leven is in ieder geval voortdurend kiezen. Dus wat ik doe, is ook een keuze: de keuze voor de tussentijd en het verwachtingsvolle gevoel levend houden. Me niet verliezen door de ‘fast-forward’ knop in te drukken omdat ik bezig moet zijn, moet leven, moet kiezen, moet doen, want ik leef maar een keer… Misschien is leven wel bewust kiezen. Me bewust zijn van mijn keuze en er helemaal achter blijven staan, onvoorwaardelijk. En als dan blijkt dat ik het toch anders wil? Nou dan kies ik toch opnieuw, bewust…
Bewust gekozen is bewust geleefd!