Geplaatst door Nynke op 08-01-2012 | Geen reacties
We zijn een nieuw initiatief begonnen: ‘Als leren werkt…’
Dit ontstond. Gewoon. Al is het eigenlijk heel bijzonder dat we op die manier creëren. Net of we dit te doen hebben, Kees, mijn man en ik. We kwamen tot het besluit samen een lijn uit te zetten waarin samenkomt wat we allebei apart én in gezamenlijkheid te bieden hebben. En natuurlijk komt dan primair tot uitdrukking wie wij zelf als individu en als ‘samen’ zijn. Dat is weer een nieuwe dimensie aan onze weg(en) van groeien, ontwikkelen en leren.

Maker: Arno Knechten
Binnen no time was ons verlangen in een site (permanently under construction – je bent nooit uitgeleerd) vormgegeven. Niet teveel over nadenken maar eerst maar eens de creativiteit laten stromen. Dat was wat ik Kees zag doen. Bijzonder voor mij om op die manier in de spiegel te kijken. Hoe doe ik dit zelf, aan iets nieuws beginnen? Bij mij gaat het vooral over structuur aanbrengen, stappenplannen en todo lijsten maken, langere termijnvisie uitzetten… Dingen waar Kees acuut van leegloopt. Ik volg hem eerst eens op zijn creatieve weg en geniet van zijn vormkracht. Eens kijken waar we elkaar vinden, en waar niet.
We zetten een lijn uit. Zoals de titel aangeeft, gaat die over ‘leren’. Waarom leren? Omdat, zo denken wij te zien, eigenlijk alles over leren gaat. Het hele leven gaat over leren. Alles wat we meemaken, bewust voor gekozen of niet, heeft leer-elementen in zich en verrijkt, hoe dan ook. We labellen vervelende of nare ervaringen meestal niet als leren en zeker niet als verrijkend. Maar in essentie voegen we ons leven lang informatie, ervaring, bewustzijn toe. En waar toename is, zou je kunnen zeggen, vindt verrijking plaats.
Zo kun je ook de vragen die je hebt onderweg of dat wat je ervaart als probleem of obstakel in je leven, in het licht zien van leren. En dus van verrijking. Niet dat dat de ervaring van het moment direct aangenamer maakt. En sommige heftige, pijnlijke gebeurtenissen of fasen, vragen tijd om verwerkt te worden. En dan, als tijd (langzaam) wonden heelt, is er iets aan je leven toegevoegd. Je hebt bepaalde dingen geleerd. Bijvoorbeeld de kracht die je hebt om je vanuit een levensbedreigende ziekte terug te vechten naar het leven. Of de moed die je uit je tenen haalde toen je besloot je thuis te verlaten om je in een ander land of te settelen of bij een andere baas.
Ook het gebied waarin wij allebei werkzaam zijn, het begeleiden van mensen in hun (werkende) leven, kent allerlei vragen en vermeende problemen: loopbaanvragen, groeien in het leiding geven, wat wil ik nog meer in het leven, de balans tussen privé en werk, enzovoort. Ook hier gaat het altijd om de vraag: wat ben ik hier aan het leren? Waarom is dit zo verrijkend in mijn leven?
Dus in plaats van mee te denken vanuit de vraag- of probleemstelling van de mensen die ons benaderen, gaan we (eerst) samen met hen helder maken: “Wat is mijn leervraag eigenlijk?” “Wat zit er onder die vraag waar ik mee kwam en is wat ik nu aan het leren ben?”
Dat is de lijn waarlangs we gaan werken. We bieden online verhelderende vragen (gratis). En op grond van de antwoorden van iemand, gaan we in een verhelderend gesprek, samen vaststellen wat er op dat moment te leren valt, waar de tijd rijp voor is. En hoe dat het beste geleerd kan worden, met wie en waartoe. Dat proces van helder maken is wat je een adviesfase zou kunnen noemen. Daarmee is het leerproces al in gang gezet, zijn antwoorden deels al gevonden en is de motivatie hoog. Dat is weer een prachtig vertrekpunt om er coaching, een workshop, training of opleiding aan toe te voegen. Wij helpen in dat oerwoud, iets passends te vinden.
Geplaatst door Nynke op 07-12-2011 | Geen reacties
Via Jasper van Impelen, die met zijn project ‘Story of Cool’ onder andere korte filmpjes maakt over mensen die hier een bijdrage aan leveren, kwam ik op het door hem gemaakte filmpje over Olga Plokhooij. Het is alweer twee jaar geleden opgenomen maar volgens mij nog net zo actueel. Ik ken Olga heel zijdelings, van een ontmoeting ooit in het Naamlooz netwerk. Ik besloot te kijken.
Al in de eerste paar zinnen werd ik geraakt door het volgende:
“Ik vind het heel leuk om te kijken naar waarom mensen, die eigenlijk allemaal wel nieuwsgierig naar elkaar zijn, toch ook heel bang voor elkaar kunnen zijn.”
En wanneer ik word geraakt, wil ik er graag iets over schrijven. Bij deze…
Olga vertelt verder: “Door heel veel te verhuizen en heel vaak overnieuw te beginnen in sociale groepen, ben ik me gaan realiseren dat je er niet persé bijhoort. Omdat je niet persé elkaar accepteert zoals je bent; omdat we mechanismen hebben waarmee we elkaar erbuiten willen houden. En ik vind dat eigenlijk heel raar want als je 1-op-1 verder kennis maakt, elkaar echt leert kennen en die nieuwsgierigheid naar buiten kan komen, je dan werkelijk contact kan maken. Als je in groepen functioneert, lukt dat vaak helemaal niet.”
Het lijkt iets voor onzekere mensen als ik het zo hoor of nu lees, maar alle mensen die ik ken, vrienden, kennissen of mensen die ooit een keer voor een gesprek bij me zijn geweest én ikzelf niet te vergeten, zie ik hiermee stoeien: Waar hoor ik bij, waar wil ik bijhoren? Hoe ‘moet’ ik me dan gedragen? Wat zijn de codes? Wat wordt geaccepteerd en wat niet? Wat vind ik van jou en wat vind jij van mij?
Coaching lijkt vaak te gaan over het vinden van het juiste pad (inclusief de juiste baan), het omgaan met jezelf of de ander, met de tijd of jouw (schaarse) tijd… Er worden talloze onderwerpen aan gehangen. Volgens mij gaat het in wezen altijd maar over één vraag: “Mag ik er zijn?” En daarbij natuurlijk: “Wie ben ik?”
Ik mag er zijn, wanneer ik mezelf accepteer. Volgens mij geldt in het algemeen:
Je accepteert jezelf zoals je BENT als je accepteert wat je van jezelf KENT.
Daar heb je een ander niet voor nodig. Het gaat om het kennen van je verlangens, je angsten, je mogelijkheden, je emoties, … alles. Bij elk aspect van jezelf dat je in de ogen kijkt, accepteer je jezelf een stukje meer. En, wat er van jezelf mag zijn, mag er van een ander ‘opeens’ ook zijn. Zo binnen, zo buiten.
Er helemaal mogen zijn (van jezelf!), geeft een gelukservaring. Het is de ervaring dat het leven moeiteloos lijkt. Dat dingen vanzelfsprekend gaan en angsten niet meer echt belemmeren maar juist stimulerend werken en tot bijzondere prestaties leiden. Het nodigt uit tot verbinding met anderen, zonder er concreet en acuut iets voor terug te willen.
En juist dat wat vooraf gaat aan die belangeloze verbinding, dat leren kennen, erkennen en omarmen van onszelf, juist dat gaat bij uitstek vaak via de weg van het je afscheiden, jezelf onderscheiden om je eigen beeld helder te krijgen ten opzichte van je omgeving. Een weg zoals die van een kind dat zich losmaakt uit de buik van de moeder, van een puber die zich een weg baant naar volwassenheid, van een ondernemer die zich een markdeel toe-eigent via concurrentie. Emancipatie op weg naar integratie. Vaak niet een makkelijke weg maar eentje die je laat ervaren: poeh, moe maar voldaan, I did it! Gelukkig. En nou maar hopen dat we DE eenheid nooit bereiken…
Geplaatst door Nynke op 16-11-2011 | Geen reacties
Gisteren was ik bij de presentatie van Deborah Frieze, die samen met Meg Wheatley het boek ‘Walk out Walk on’ heeft geschreven. Deborah nam een belangrijke stap in haar leven in 2001 door haar baan als ‘executive in the high-tech industry’, op te zeggen. In de daarop volgende jaren ontmoette ze gelijkgestemden, waaronder Meg: “…a community of pioneering leaders who, like me, were walking out of organizations and systems that were failing to contribute to the common good”.
Een introductie van het boek:
“In Walk Out Walk On: A Learning Journey into Communities Daring to Live the Future Now’, Margaret Wheatley and Deborah Frieze invite you on a learning journey to seven communities around the world to meet people who havewalked out of limiting beliefs and assumptions andwalked on to create healthy and resilient communities. These Walk Outs who Walk On use their ingenuity and caring to figure out how to work with what they have to create what they need.”
Deborah liet ons een filmpje zien waarin een Braziliaanse gemeenschap in staat bleek twee plekken in hun gemeenschap te transformeren via een spel van 15 minuten per dag. Twee plekken werden van vervallen, smerig en gevaarlijk, in gebruik als vuilstortplaats en als onderkomen voor drugsverslaafden, tot respectievelijk een kinderspeelplaats en een cultureel centrum. En dat zonder een strakke organisatie en lange werkdagen. Er golden slechts drie regels in dit spel, drie paradigmashifts:
- From Power to Play
- From Intervention to Friendship
- From Transaction to Gifting
Met name de laatste twee trekken mijn aandacht.
‘Intervention’ betekent in dit verband dat er geen sprake is van een hulpverlener of instantie die komt interveniëneren en bepalen wat er gedaan moet worden met welk resultaat. De tegenhanger, hier ‘Friendship’, gaat uit van een intrinsieke relatie tussen mensen op grond waarvan de creatie wordt vormgegeven. Niet iemand bepaalt, de relatie bepaalt. Als je dat projecteert op bijvoorbeeld onze samenleving als geheel, dan roept dat vragen op:
- Wanneer ben je vrienden?
- Op welke schaal werkt vriendschap nog?
- Hoe lang blijft de vriendschap in stand en wat moet je daarvoor doen en laten?
Met andere woorden: vraagt deze regel op zich ook andere regels? Of regelt het zich autonoom?
Wanneer ik het projecteer op mezelf dan denk ik:
Hoe werkt dit eigenlijk bij mijn vriendschappen? Wat ben ik in staat met hen te creëren? Hmm, daar ben ik niet zo goed in volgens mij. Op vakantie gaan met een vriend of vriendin, vind ik soms al lastig.
Wat voor mij wel altijd blijkt te werken is:
- Creatie op grond van zielscontact, dus wérkelijk contact aangaan op diepere laagjes, daar waar het stil is in jezelf en de ander. Dit gaat voor mij verder dan vriendschap en ervaar ik ook met wildvreemde mensen.
- Creatie op grond van een gemeenschappelijk doel: de creatie zelf. Het realiseren van dat doel is dan zo verbindend, dat muurtjes en blinde vlekken tussen mensen verdwijnen. Hierbij is de creatieflow vaak wel van tijdelijke aard: is het doel gerealiseerd, dan blijken relaties ook weer makkelijk te stranden.
‘From Transaction to Gifting’
Deborah stelde ons de vraag in hoeverre we zekerheid en vertrouwen zouden ervaren wanneer onze maatschappij gebaseerd zou zijn op relaties (friendships). ‘Vrienden’ géven ons wat zij denken dat goed is. Wij zijn gewend dat wij némen of kopen wat we (vinden dat we) nodig hebben. We kunnen dat zo regelen omdat we er iets voor terug kunnen geven, zoals geld.
Dit raakte me wel. Hoeveel ‘friends’ heb ik op Facebook, hoeveel contacten op Linkedin, hoeveel vrienden en (schoon)familie? Wie van hen is bereid te geven? En wat geven ze dan? Is dat dan ook wat ik nodig denk te hebben?
Dat is een interessant spel! Wellicht spelen we het wel binnenkort, in Nederland of in heel Europa. Wellicht is het aldus ‘resetten’ van ons waardensysteem een effectief middel om met frisse blik de toekomst in te gaan. Alleen denk ik dat dat ‘spel’ niet in 15 minuten bekeken is. 15 jaar wellicht?
Geplaatst door Nynke op 07-11-2011 | Geen reacties
Soms komt er zo’n moment dat je MOET opruimen. Dat het gewoon tijd is om oude zooi uit te zoeken en weg te doen. Kleren, papieren, boeken, meubels. Weggeven of weggooien, het moet weg! Dat zijn mooie momenten vind ik altijd. Zo buiten zo binnen, is mijn ervaring, dus het staat ook ergens voor: ruimte maken, iets nieuws toelaten, verandering van perspectief, en ga zo maar door.
Ik zit in zo’n fase. Processen stoppen en nieuwe beginnen. Wat jarenlang vastzat in mijn lijf, ontspant opeens heel snel. Wat vastzat in mijn hoofd, smelt als sneeuw voor de zon. Mogelijkheden dienen zich aan en mensen reageren anders op me. Trouwens: hoogstwaarschijnlijk ben ik het zelf die opeens mogelijkheden ziet en reacties van mensen op een andere manier ervaart. Vastzitten in jezelf heeft meestal als kenmerk dat je ook dát niet zo in de gaten hebt en de wereld vrij star, vanuit je eigen standpunt bekijkt. Een ander krijgt dan nogal eens de schuld van wat er gebeurt en wat je daar zelf in doet en laat, is lastig te zien. (Byron Katie’s werk gaat hier oa over.)
Zo’n fase dus. En ik vond het de hoogste tijd om veel uit ‘de oude doos’ door te spitten en weg te doen. Oude dozen, in dit geval tot de nok gevuld met agenda’s, paperassen en boeken uit mijn middelbare schooltijd en de jaren op de HBO. Mijn intentie was nog zorgvuldig te gaan graven naar waardevolle dingen die ik mijn leven lang met me mee zou dragen. Maar nee, het muf ruikende, vergeelde en stoffige papier ging vliegensvlug door mijn handen, hup in een grijze vuilniszak:
Een spreekbeurt Duits op de HAVO: “Mein Vortrag geht über die Probleme der Entwicklungsländer…”
Mijn examen nationaal gids op de HBO: “The Netherlands is a parliamentary democracy under a constitutional monarchy…”, informatie die je dan gaf aan buitenlandse toeristen.
Na ongeveer een uur stond ik met vier volle vuilniszakken bij de papiercontainer en liet ik stapel voor stapel in het diepe gat verdwijnen. Uren, dagen, weken van leren en repeteren, schrijven en overschrijven, opdreunen en weer vergeten, waren na 15 minuten geheel verdwenen!
En daarmee sloot ik iets af. Het gevoelsmatige teruggrijpen op mijn verleden, waar ik werd beoordeeld op wat ik aan kennis kon verstouwen en kon reproduceren, liet ik los. Ik hield op met me stiekem vasthouden aan het feit dat ik diploma’s bezit en daarom in deze maatschappij een plek ‘verdien’. Die plek hoef ik niet te verdienen. Die plek heb ik omdat ik er ben. En omdat ik in deze maatschappij iets te doen heb waaraan ik me committeer.
Ja, ik gids nog steeds mensen maar niet meer op grond van de kennis van hoeveel m2 ons land is, hoe de inpoldering is gegaan en welke grote bouwers en schilders ons land heeft voortgebracht. Maar vanuit wie ik ben en dat wat ik als kind al wist: dat ik mensen kan gidsen op hun weg in het leven. Ook alle mensen die ik spreek, zijn wie ze zijn en willen heel graag doen wat ze als kind ergens al wisten. Dat is voor iedereen verschillend en wegen van mensen lopen nooit gelijk. En toch herkent iedereen over en weer bij elkaar bepaalde belangrijke stappen die ik ook heb gezet en blijf tegenkomen op mijn weg. Die weg heb ik niet uit mijn hoofd geleerd om daar een 8 voor te scoren, zodat ik verder mocht. Die weg ben ik gaan lopen omdat ik die te lopen had. En dat geef ik door. Omdat ik van mensen houd. Omdat ik van het leven houd. Omdat ik niets anders kan…
Geplaatst door Nynke op 03-10-2011 | Geen reacties
Vorige week voor het eerst eens een speaking circle bezocht. Al een poos geleden kwam ik ermee in aanraking alleen liep ik er nog niet warm voor. En nu was er opeens die impuls: “Ja, dit is een goed idee!”
In de Hub Amsterdam, een leuke plek om te komen, was de bijeenkomst, georganiseerd door Marco Bogers. We waren met negen man/vrouw. Heel kort werden de principes uitgelegd. Eigenlijk zijn het basisafspraken op grond waarvan het beoogde effect kan worden behaald: ‘het verkennen van ‘authentieke zelf-expressie”. Niet dat ik daarvoor specifiek kwam. Meestal ga ik vrij impulsief naar bijeenkomsten toe en het komt regelmatig voor dat ik teleurgesteld terugkom. Mijn impuls is dan kennelijk gebaseerd geweest op iets anders dan de inhoud of de inhoud valt gewoon tegen.
Deze keer niet. Ik wilde gaan omdat ik alle kansen wil aangrijpen om te oefenen me in groepen compleet vrij te voelen. Vrije expressie, ongecensureerd… Dat dat dan gelijk staat aan authentieke zelfexpressie, daar ben ik het niet zo mee eens. Ik denk dat authentiek zijn namelijk dwars door alle manieren van expressie heen straalt. Of je je nou anders voordoet of niet.
Voor mij is iemand authentiek wanneer hij of zij ‘een lijntje’ heeft met een bron (DE bron) van weten. Iedereen kent wel momenten dat hij (of zij) iets gewoon wéét. Nog voor je je het je eigenlijk bewust bent, maak je bijvoorbeeld een keuze en die blijkt ook feilloos te kloppen voor je. Dat soort weten. Bijna instinctmatig, alleen vind ik dat dan weer te dierlijk, teveel gericht op fysiek overleven. En volgens mij gaat het weten vanuit de bron over Zijn, óók en misschien wel júist wanneer je op sterven ligt. Mensen die ik authentiek vind, hebben ook altijd een bijzondere uitstraling vanuit hun ogen, alsof er meer licht uitkomt, alsof ze letterlijk stralen en ze continu ook ergens anders aangehaakt zijn…
Het staan voor een groepje (van 4 personen in de eerste ronde en acht personen in de tweede) was voor alle deelnemers spannend. Het voortdurend bewust maken van oogcontact met iedereen, één voor één, heeft weliswaar in het begin iets ongemakkelijks, maar is juist de basis van veiligheid binnen no time. Alsof we elkaar al jaren kennen, zo intiem wordt het.
Iedereen voor de groep mag spreken wanneer hij of zij dat wil. Het hoeft niet. Zelf vond ik zwijgen en kijken, ademen en voelen het fijnst. Maar meteen ging mijn hoofd tekeer: “Zeg nou wat! Het is de bedoeling dat je wat zegt.” “Anderen vertellen ook iets, dus het is stom als jij dat niet doet.” “Je bent saai.” “De anderen zijn leuk.” Ik kreeg mijn hoofd niet stil. Maar mijn belangrijkste gewaarwording deze avond was dat ene moment van helderheid waarop ik in mijn lijf zakte: jeetje, als ik echt aanwezig ben, dan is er geen afstand meer tussen mijn hoofd en mijn lijf. Dan ben ik real time aan het woord, zijn er geen second thoughts over wie en wat ik ben, dan ben en doe ik vanzelfsprekend. Zoiets als wat onze kat Pip voortdurend doet. Daar kan ik niet boos op worden. Die wijs ik nooit af. En wat dan nog? Wanneer Pipi eens de kous op haar kop krijgt, dan is ze ‘even goede vrienden’, als altijd.
Ik opteer niet voor een kattenleven (hierna) maar een klein beetje vanzelfsprekender zijn, dat heeft me nu gegrepen. Speaking circles ga ik vaker bezoeken. En daarnaast: waar ik een speaking circle wil zien, kan ik oefenen. Wie weet, werkt het aanstekelijk in het leven van alledag.
Geplaatst door Nynke op 23-09-2011 | Geen reacties
Al die berichtgeving over Europa en de Euro. Als het me teveel wordt, zo’n onderwerp en alle verschillende meningen erover (die vaak worden gebracht als de enige echte waarheid, suf dat anderen die niet zien…) dan ga ik, als zelfbescherming of zoiets, uitzoomen. Zo noem ik dat. Dan ga ik als het ware een hogere positie innemen. En zo, vanuit de hoogte bekeken, zijn dingen anders: ik maak minder deel uit van het gedoe in de wereld, inclusief mijn eigen gedoe, en bovendien zie en hoor ik dingen die ik anders niet zie en hoor.
Die twee zouden heel goed met elkaar te maken kunnen hebben bedenk ik me nu, want hoe minder ik me bezighoud met gedoe en mijn rol daarin, hoe meer ik kan ontspannen in de waan dat het niet over mij gaat en ik er dus ook geen last van heb. En wanneer ik ontspan, zie en hoor ik dingen anders en andere dingen. Heel verhelderend, dat uitzoomen, een aanrader!
Maar goed, ik zoom dus uit en opeens zag ik een soort madurodam-wereld, of liever madurodam-Europa, waar alle Euro-landen bezig zijn met een soort van oefening. Ze hebben een opdracht gekregen (ik weet niet precies van wie overigens) en zijn, daarmee aan de gang gegaan. De opdracht is: teambuilding. Dat ze een team zijn, staat niet ter discussie. Dat IS gewoon. Ze zijn tot elkaar veroordeeld. Dat ervaart iedereen eigenlijk ook zo, al weet niemand exact wie dat nou verordonneert.
Dat beseffende, zijn de landen-vertegenwoordigers met elkaar het spreekwoordelijke wiel aan het uitvinden: hoe om te gaan met elkaar, hoe regels te stellen en welke dan, hoe samen te werken, hoe te straffen, hoe te belonen… Niemand heeft het antwoord en iedereen heeft een mening. De Euromunt zou mooi het symbool voor het wiel kunnen zijn.
Ze moeten het samen gaan doen, de Eurolanden en in de oefening in eerste instantie hun leiders. Net als de deelnemers aan Big Brother of Expeditie Robinson. Met dit grote verschil dat daar dan telkens iemand kon worden weggestemd waar men genoeg van had. En dat lijkt hier niet echt te kunnen. Hét grote verschil tussen een verzonnen spel en een oefening in het echt. En is géén oplossing. Ze zijn met elkaar ‘in process’ en in een proces… van verbinding. En niemand bepaalt alléén. Ze kunnen niet om elkaar heen.
Dit is denk ik ‘in het klein’ wat de hele wereld in het groot aan het doen is. Er is geen oplossing, geen wegstem-mogelijkheid met vervolgens een bootje dat ons komt bevrijden van de ‘losers’. Nee, ‘we’re in this together’, zoals in het, vind ik, prachtige nummer van Simply Red. We vinden iedere dag weer het wiel samen uit. Een wiel, stokoud, geen begin, geen einde, alleen de ronde verbinding van de cirkel en de spaken daarbinnen. Geen achterhaalde uitvinding, want, al gedaan. Nee, een zich telkens opnieuw ontvouwend proces in allerlei vormen.
En dan ben ik weer geland. Oh ja, dit gaat ook over mij! Wat is mijn verbindende rol ook weer? Welke bijdrage lever ik aan de teambuilding? (dat staat dan weer op mijn site)
Geplaatst door Nynke op 15-09-2011 | Geen reacties
Vraag: ‘Van welk beroep droomde u als kind?’
Antwoord: ‘Van vuilnisman. Het ophalen van vuilnis zag er zo evident nuttig uit. En leuk ook nog, om achter zo’n wagen aan te hangen en die zakken met een boog in de wagen te smijten.’ – Eigen Huis en Interieur sep 2011, p 36
Even voor de duidelijkheid: de vraag werd gesteld aan Wouter Vanstiphout, architectuurhistoricus en sinds 2009 Nederlands eerste hoogleraar Ontwerp en Politiek, aan de TU Delft.
Dit antwoord vond ik zo leuk, dat ik het even wilde quoten. Leuk en nuttig, ja ik denk dat dit criteria zijn waaraan een droombaan voldoet. Er zijn vele droombaancoaches op dit moment. Google geeft 2030 resultaten bij dat woord. Wat ik zie bij het aanklikken van een aantal links, is de gerichtheid op met name het ‘leuke’ en niet zozeer het ‘nuttige’ aspect van de droombaan. Hoe zou dat komen?
Sluit het bezig zijn met het nut van een baan wanneer je volwassen bent, uit dat die baan ook leuk kan zijn? En hoe zou het dan komen dat een kind nut en plezier moeiteloos combineert?
Ik ben geen onderzoeker en ga hier ook geen onderzoek naar doen maar de uitspraak van Wouter Vanstiphout raakte me en dingen die me raken, hebben me meestal wel iets te vertellen. Dus ga ik er maar even op door. Misschien heb ik jullie als lezer dan ook iets te vertellen.
Zodra ik me, als volwassene bezig ga houden (al of niet naar aanleiding van een kritische vraag) met het nut van mijn bezigheden, schiet ik in de kramp. Ik kan er eindeloos aan afdoen, mijn bezigheden als coach bij stress of ontwikkel-vragen: ‘mensen moeten gewoon geld verdienen en niet zo eindeloos navelstaren’, ‘er zijn al zoveel coaches in Nederland: de ene helft coacht de andere helft’, ‘wat levert het nou op in harde euro’s’, etc. etc.
Kennelijk refereer ik bij het nut van mijn baan slechts aan het economisch nut in klinkende munt. Ik denk aan het op korte termijn meetbaar maken, in de zin van s m a r t. De vanzelfsprekendheid en het vertrouwen dat ik als mens van nature een zinvolle, nuttige bijdrage lever aan de grotere groep, zijn weg. Ik ga over mijn nut nadenken en dan is mijn plezier snel verdwenen.
Het zou heel goed kunnen dat een kind (nog) ‘weet’ dat, eenmaal volwassen, het van nature een bepaalde passende bijdrage gaat leveren aan de groep of gemeenschap waar het bij hoort. Het kind hoeft daar geen extra moeite voor te doen en niet over na te denken. Het weet dat wat het gaat doen later, vanzelfsprekend van nut is. Dan kan ik me voorstellen dat nut en plezier in een kind dus hand in hand gaan. Immers, het nut komt net zozeer van binnenuit als het plezier. Het is ‘gewoon’ een natuurlijk weten en het kind forceert of blokkeert niet(s).
Misschien leuk voor (droombaan)coaches om naast de vraag: “Wat vond je leuk toen je 4-6 jaar was?” ook te vragen: “Wat vond je van nut, toen je 4 (of 5 of 6) jaar was? Wie weet brengt die vraag naar het voor het kind nog vanzelfsprekende nut, zijn of haar droom tot leven. En dan kan een baan weer een droombaan zijn.
Geplaatst door Nynke op 30-08-2011 | 2 reacties
Is deze titel niet te zweverig? Kan ik dit wel schrijven? Dit is mijn eerste reactie op dit onderwerp, waar ik zoveel mee bezig ben.
Toen ik mijn man Kees (www.keesizelaar.nl) net kende, we elkaar nog ‘aan het besnuffelen waren’ en veel dingen in onze relatie hun plek zochten, kwam ons gesprek vaak op mijn werk en wat ik in het leven wilde doen of te doen had. Echt gaan bloeien als mens en professional is voor mij een hele klus en het is dan ook niet vreemd dat onze gesprekken daarover heel spannend en heftig konden zijn: hij gunde me zo mijn bloei zonder angst en ik dacht alsmaar mezelf te verliezen.
Vlak voor het verlaten van mijn huis in de Pijp om met Kees ons net gekochte huis te betrekken, hadden we weer zo’n gesprek over wat ik te bieden heb. En ineens rolden er woorden mijn mond uit, waar ik als het ware geen controle over had: “Wat ik wil geven aan mensen is liefde en licht”. Onmiddellijk daarna mijn schrikreactie: “Oh mijn hemel, hoe zal hij reageren? Hij vindt me vast heel raar en zweverig.”
Kees reageerde met een vanzelfsprekendheid alsof ik iets had gezegd in de trant van: “We moeten nog even de verhuisdozen regelen voor de verhuizing.”
“Ja, inderdaad”, zei hij, “dat is wat je doet: jij geeft mensen liefde en licht.”
Hij vond het niets raars, geen ‘zweef-teef-gewauwel’, maar een super concreet business proposal. Dat was zijn boodschap.
Natuurlijk waren niet meteen daarna al mijn twijfel en angst verdwenen of zat ik onmiddellijk in een flow. Mijn groeiproces volgt gewoon haar eigen tempo: alles precies ‘op tijd’. Maar er is op dat moment iets veranderd: het geven van liefde en licht aan mensen is een concrete realiteit geworden. Liefde en licht zijn geen rare dingen, niets om bang voor te zijn of af te doen als ‘soft’. Zowel liefde als licht zijn grote krachten, fijn om te ontvangen én om te geven.
Wat het soms lastig maakt, is om het in alle puurheid te doen. Gemaakt lief zijn terwijl ik eigenlijk boos ben op iets of iemand, of alleen maar zéggen dat ik iemand wat licht stuur zonder het daadwerkelijk te doen, kan heel averechts werken. Immers, de ontvanger ervaart alles wat ik geef: mijn angsten, mijn wensen, mijn twijfels, kortom mijn werkelijke intentie van dat moment. Liefde en licht zijn energieën en geen objecten of diensten die zich voor mijn karretje laten spannen.
Hierbij helpt het om een vorm te hebben, zoals mijn huidige werkvorm: Een verhelderend gesprek. Een 1-op-1 gesprek is voor veel mensen inmiddels herkenbaar, geaccepteerd en veilig genoeg. Bovendien, als het plaatsvindt in een fijne omgeving, dan is daarmee een kader gecreëerd. Een kader waarbinnen de mooie energie die liefde is, en de lichte energie van het licht, kunnen doen wat ze te doen hebben: helen; op die punten mensen raken, waar ze vastlopen, spanning ervaren, er niet uitkomen, verdrietig zijn of gestressd.
Ja, wat ik wil geven aan mensen is liefde en licht. En laat dat in een gesprek nou prima kunnen… een verhelderend gesprek, een helend gesprek dus.
Geplaatst door Nynke op 08-07-2011 | Geen reacties
Op een Li groep kwam ik een oproep tegen om mee te werken aan een promotie-onderzoek. De promovendus is Ralph van den Bosch en zijn begeleider is Prof. Dr. T. Taris aan de Universiteit Utrecht. (By the way: aanmelden voor deelname kan via http://www.dilemmafoundation.nl/onderzoek)
Er worden vier vragen gesteld in de oproep: Hoe kunnen organisaties actief sturen op productieve en vitale medewerkers? Welke rol speelt het management hierbij? Wat betekent dit onder druk van stress op het werk? En welke rol speelt authentieke werkbeleving hierbij?
De oproep triggert en roept veel vragen bij me op. Ik ben heel nieuwsgierig naar hoe flow in organisaties eruit ziet bijvoorbeeld. Is het dan noodzakelijk dat alle leden van de organisatie flow ervaren? Wat ervaren die mensen dan precies? En wat is de ‘authentieke werkbeleving’ ? De Van Dale zegt over ‘authentiek’: betrouwbaar, geloofwaardig; echt. Dus dan zou je je werk als zodanig beleven. En een vitale medewerker, is dat iemand die zich (bijna) nooit ziek meldt? Dat scheelt in ieder geval wel een stukje productiviteit denk ik omdat zo iemand vaker aanwezig is dan wanneer hij of zij ziek thuis is. Of niet? Of zijn veel werknemers in organisaties aanwezig zonder productief te zijn?
Een andere vraag die bij me opkomt is de reden van de promovendus voor zijn onderzoek. Ik ga naar de website van de dilemmafoundation en lees: “Dit onderzoek, uitgevoerd door de Universiteit Utrecht in samenwerking met DilemmaFoundation, heeft tot doel inzicht te bieden in welke eigenschappen en kenmerken van persoon en omgeving bijdragen aan de productiviteit en vitaliteit van medewerkers.” Hieruit haal ik dat het dus niet zozeer primair over authenticiteit en flow in organisaties gaat, zoals de oproep op Li aangeeft, maar over vitaliteit en productiviteit van medewerkers. Of zijn authenticiteit en flow in organisaties daarvoor een voorwaarde? En wat wil de promovendus daar dan mee aantonen? Heeft hij er belang bij dat organisaties weten hoe ze hun productiviteit kunnen vergroten?
Lezend op de site van www.dilemmafoundation.nl lees ik: “DilemmaFoundation initiëert, stimuleert, faciliteert en praktiseert, zowel kwalitatief als kwantitatief, onderzoek naar gedrag van mensen in een sociaal-economische context. Dit geschiedt veelal op eigen initiatief, anticiperend op maatschappelijke ontwikkelingen of op verzoek van overheid of bedrijfsleven. Resultaten van onderzoek leiden veelal tot concrete inzichten welke basis zijn voor productontwikkeling en nieuwe vormen van dienstverlening.”
Ok, de Dilemmafoundation verleent diensten en verricht onderzoek en ze heeft een visie op ontwikkelen. Daarin schrijft ze: “Wij, onderzoekers van DilemmaFoundation en medewerkers van DilemmaManager stimuleren en ondersteunen mensen om zelf de regie te voeren in het maken van keuzes ten aanzien van hun persoonlijke ontwikkeling in de context van werk en werkbevlogenheid.” Dat laatste woord, ook weer bijzonder.
Dus als ik het goed begrijp dienen de uitkomsten van dit onderzoek twee kanten: werknemers worden ondersteund in hun persoonlijke ontwikkeling gerelateerd aan hun werk zodat ze daar bevlogen in zijn en daarmee productiever. En werkgevers worden geholpen met handvatten die als promotie-onderzoek, dus wetenschappelijk, worden gepresenteerd, om werknemers inderdaad op de juiste manier te ondersteunen, waardoor hun totale productie, en dus hun winst, stijgt. Dat ziet eruit als win-win.
Ik ben heel erg benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek en ga dus meedoen. Want geld verdienen is nog steeds het primaire doel van verreweg de meeste organisaties. En dat lijkt zich ook nog steeds moeilijk te verbinden met de focus op aandacht, ondersteuning en ontwikkeling van (mede)mensen. Gaat dit onderzoek de of een brug slaan tussen groei via geld en groei door persoonlijke ontwikkeling? Niet of-of maar en-en? Of ontwikkelt winstgroei zich tot een andere maatstaf dan we nu gewend zijn?
Geplaatst door Nynke op 12-05-2011 | 2 reacties
Laatst zei iemand iets over netwerken waarbinnen mensen vaak alleen maar komen halen. Dat kan knap irritant zijn wanneer je het idee hebt zelf te investeren door andere mensen te helpen met tips, ideeën of klussen. Ook in zíjn stem klonk irritatie door. Ik was geraakt. Achteraf bedacht ik dat ik me aangesproken voelde en dat zette me aan het denken: waarom kom ik eigenlijk halen zonder ook duidelijk iets te brengen? Is het laagdrempeligheid, gemakzucht?
‘Durf te vragen’
Er is ook een ‘komen halen’ met wat meer drempel: zoals de vorm ‘Durf te vragen‘. (bedacht door Nils Roemen). Dit is inmiddels een heel bekend fenomeen aan het worden, zowel op internet als in life bijeenkomsten. Het ‘durven’ in de titel, geeft aan dat een vraag stellen niet zo makkelijk is. Veel mensen zullen de ervaring hebben zich in zekere zin kwetsbaar op te stellen wanneer ze aangeven iets niet te kunnen of te weten en daar graag hulp bij krijgen. Het vraagt moed om ‘bij jou naar binnen te laten kijken’. En het vraagt zelfbewustzijn: je denkt na en initieert heel gericht een vraag die op dat moment specifiek iets toevoegt aan jouw wensen en behoeften. ‘Durf te vragen’ impliceert ook actie. Je hebt bij wijze van spreke de vorige twee stappen al gezet en wilt resultaat! Met de verkregen antwoorden op je vraag, wil je dus absoluut iets doen. Door je inzet: lef, zelfbewustzijn en bereidheid tot actie, komt deze vorm van halen vele malen sympathieker over dan ‘alleen maar komen halen’. Veel mensen reageren dan ook graag op een ‘Durf te vragen’-vraag (mits ze antwoorden hebben natuurlijk). Want ook dat is wat ‘Durf te vragen’ doet: het nodigt uit tot geven.
‘Durf te geven’.
Wat raakte me nou zo in die opmerking over ‘alleen maar komen halen’? Ik denk dat het te maken had met het oordeel dat ik erin hoorde: alleen maar halen zonder iets te geven, is fout. Ik ging bij mezelf na waarom ik zo ‘fout’ bezig was. En ik kwam tot de conclusie dat er schroom zit op mijn ‘geven’. Vandaar ook ‘Durf te geven’. Ook geven betekent jezelf laten zien. Of het nou gaat om een idee aangeven uit je eigen koker, een url die je doorgeeft… Alles wat je geeft en aan de wereld laat zien, zegt ook iets over wie je bent. Dit geldt voor de inhoud maar ook voor de wijze waarop je geeft, hoe vaak en aan wie. Dat maakt geven ook kwetsbaar: “Stel nou dat ze mijn tip belachelijk vinden, of allang kennen. Stel nou dat het contact dat ik wil voorstellen een totale mismatch is. Stel nou dat de oplossing die ik aandraag totaal niet passend is in de ogen van de vrager…” Enzovoort, en zo verder.
Mensen die ik gul en gemakkelijk zie geven, zijn in mijn ogen mensen die lekker in hun vel zitten. Ze weten zich gesteund door iemand of iets of beide. Ze hebben zelfvertrouwen en leven in de metafoor van overvloed.
‘Durf alleen maar te komen halen’
Als het klopt wat ik schrijf, dan is jezelf durven laten zien, kwetsbaar durven zijn, belangrijk zowel bij vragen als geven.
En misschien is het wel zo dat mensen die ‘irritant alleen maar komen halen’, eigenlijk laten weten: “Ik durf mezelf nog niet echt te laten zien maar ik wil graag participeren. Daarom ben ik hier.” Ook daar is lef voor nodig.
Misschien is het wel zo dat zij eigenlijk zeggen: geef me veel antwoorden en tips. Geef me aandacht. Geef me liefde.
En dan kan het zo zijn dat ‘vanzelf’ het moment komt dat die mensen ‘gevuld’ zijn met overvloed en zichzelf durven te laten zien, in vraag en antwoord, in halen en brengen. Want wat is nou lekkerder dan overvloedig zijn en jezelf kunnen delen zonder dat je ook maar een seconde nadenkt over een mogelijke afwijzing of tekort?
Hmm ja, autobiografisch, maar herkenbaar?