Authenticiteit en Flow in organisaties.
Geplaatst door Nynke op 08-07-2011 | Reageren uitgeschakeld
Op een Li groep kwam ik een oproep tegen om mee te werken aan een promotie-onderzoek. De promovendus is Ralph van den Bosch en zijn begeleider is Prof. Dr. T. Taris aan de Universiteit Utrecht. (By the way: aanmelden voor deelname kan via http://www.dilemmafoundation.nl/onderzoek)
Er worden vier vragen gesteld in de oproep: Hoe kunnen organisaties actief sturen op productieve en vitale medewerkers? Welke rol speelt het management hierbij? Wat betekent dit onder druk van stress op het werk? En welke rol speelt authentieke werkbeleving hierbij?
De oproep triggert en roept veel vragen bij me op. Ik ben heel nieuwsgierig naar hoe flow in organisaties eruit ziet bijvoorbeeld. Is het dan noodzakelijk dat alle leden van de organisatie flow ervaren? Wat ervaren die mensen dan precies? En wat is de ‘authentieke werkbeleving’ ? De Van Dale zegt over ‘authentiek’: betrouwbaar, geloofwaardig; echt. Dus dan zou je je werk als zodanig beleven. En een vitale medewerker, is dat iemand die zich (bijna) nooit ziek meldt? Dat scheelt in ieder geval wel een stukje productiviteit denk ik omdat zo iemand vaker aanwezig is dan wanneer hij of zij ziek thuis is. Of niet? Of zijn veel werknemers in organisaties aanwezig zonder productief te zijn?
Een andere vraag die bij me opkomt is de reden van de promovendus voor zijn onderzoek. Ik ga naar de website van de dilemmafoundation en lees: “Dit onderzoek, uitgevoerd door de Universiteit Utrecht in samenwerking met DilemmaFoundation, heeft tot doel inzicht te bieden in welke eigenschappen en kenmerken van persoon en omgeving bijdragen aan de productiviteit en vitaliteit van medewerkers.” Hieruit haal ik dat het dus niet zozeer primair over authenticiteit en flow in organisaties gaat, zoals de oproep op Li aangeeft, maar over vitaliteit en productiviteit van medewerkers. Of zijn authenticiteit en flow in organisaties daarvoor een voorwaarde? En wat wil de promovendus daar dan mee aantonen? Heeft hij er belang bij dat organisaties weten hoe ze hun productiviteit kunnen vergroten?
Lezend op de site van www.dilemmafoundation.nl lees ik: “DilemmaFoundation initiëert, stimuleert, faciliteert en praktiseert, zowel kwalitatief als kwantitatief, onderzoek naar gedrag van mensen in een sociaal-economische context. Dit geschiedt veelal op eigen initiatief, anticiperend op maatschappelijke ontwikkelingen of op verzoek van overheid of bedrijfsleven. Resultaten van onderzoek leiden veelal tot concrete inzichten welke basis zijn voor productontwikkeling en nieuwe vormen van dienstverlening.”
Ok, de Dilemmafoundation verleent diensten en verricht onderzoek en ze heeft een visie op ontwikkelen. Daarin schrijft ze: “Wij, onderzoekers van DilemmaFoundation en medewerkers van DilemmaManager stimuleren en ondersteunen mensen om zelf de regie te voeren in het maken van keuzes ten aanzien van hun persoonlijke ontwikkeling in de context van werk en werkbevlogenheid.” Dat laatste woord, ook weer bijzonder.
Dus als ik het goed begrijp dienen de uitkomsten van dit onderzoek twee kanten: werknemers worden ondersteund in hun persoonlijke ontwikkeling gerelateerd aan hun werk zodat ze daar bevlogen in zijn en daarmee productiever. En werkgevers worden geholpen met handvatten die als promotie-onderzoek, dus wetenschappelijk, worden gepresenteerd, om werknemers inderdaad op de juiste manier te ondersteunen, waardoor hun totale productie, en dus hun winst, stijgt. Dat ziet eruit als win-win.
Ik ben heel erg benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek en ga dus meedoen. Want geld verdienen is nog steeds het primaire doel van verreweg de meeste organisaties. En dat lijkt zich ook nog steeds moeilijk te verbinden met de focus op aandacht, ondersteuning en ontwikkeling van (mede)mensen. Gaat dit onderzoek de of een brug slaan tussen groei via geld en groei door persoonlijke ontwikkeling? Niet of-of maar en-en? Of ontwikkelt winstgroei zich tot een andere maatstaf dan we nu gewend zijn?
#Durf te vragen… en over durven geven en durven halen
Geplaatst door Nynke op 12-05-2011 | 2 reacties
Laatst zei iemand iets over netwerken waarbinnen mensen vaak alleen maar komen halen. Dat kan knap irritant zijn wanneer je het idee hebt zelf te investeren door andere mensen te helpen met tips, ideeën of klussen. Ook in zíjn stem klonk irritatie door. Ik was geraakt. Achteraf bedacht ik dat ik me aangesproken voelde en dat zette me aan het denken: waarom kom ik eigenlijk halen zonder ook duidelijk iets te brengen? Is het laagdrempeligheid, gemakzucht?
‘Durf te vragen’
Er is ook een ‘komen halen’ met wat meer drempel: zoals de vorm ‘Durf te vragen‘. (bedacht door Nils Roemen). Dit is inmiddels een heel bekend fenomeen aan het worden, zowel op internet als in life bijeenkomsten. Het ‘durven’ in de titel, geeft aan dat een vraag stellen niet zo makkelijk is. Veel mensen zullen de ervaring hebben zich in zekere zin kwetsbaar op te stellen wanneer ze aangeven iets niet te kunnen of te weten en daar graag hulp bij krijgen. Het vraagt moed om ‘bij jou naar binnen te laten kijken’. En het vraagt zelfbewustzijn: je denkt na en initieert heel gericht een vraag die op dat moment specifiek iets toevoegt aan jouw wensen en behoeften. ‘Durf te vragen’ impliceert ook actie. Je hebt bij wijze van spreke de vorige twee stappen al gezet en wilt resultaat! Met de verkregen antwoorden op je vraag, wil je dus absoluut iets doen. Door je inzet: lef, zelfbewustzijn en bereidheid tot actie, komt deze vorm van halen vele malen sympathieker over dan ‘alleen maar komen halen’. Veel mensen reageren dan ook graag op een ‘Durf te vragen’-vraag (mits ze antwoorden hebben natuurlijk). Want ook dat is wat ‘Durf te vragen’ doet: het nodigt uit tot geven.
‘Durf te geven’.
Wat raakte me nou zo in die opmerking over ‘alleen maar komen halen’? Ik denk dat het te maken had met het oordeel dat ik erin hoorde: alleen maar halen zonder iets te geven, is fout. Ik ging bij mezelf na waarom ik zo ‘fout’ bezig was. En ik kwam tot de conclusie dat er schroom zit op mijn ‘geven’. Vandaar ook ‘Durf te geven’. Ook geven betekent jezelf laten zien. Of het nou gaat om een idee aangeven uit je eigen koker, een url die je doorgeeft… Alles wat je geeft en aan de wereld laat zien, zegt ook iets over wie je bent. Dit geldt voor de inhoud maar ook voor de wijze waarop je geeft, hoe vaak en aan wie. Dat maakt geven ook kwetsbaar: “Stel nou dat ze mijn tip belachelijk vinden, of allang kennen. Stel nou dat het contact dat ik wil voorstellen een totale mismatch is. Stel nou dat de oplossing die ik aandraag totaal niet passend is in de ogen van de vrager…” Enzovoort, en zo verder.
Mensen die ik gul en gemakkelijk zie geven, zijn in mijn ogen mensen die lekker in hun vel zitten. Ze weten zich gesteund door iemand of iets of beide. Ze hebben zelfvertrouwen en leven in de metafoor van overvloed.
‘Durf alleen maar te komen halen’
Als het klopt wat ik schrijf, dan is jezelf durven laten zien, kwetsbaar durven zijn, belangrijk zowel bij vragen als geven.
En misschien is het wel zo dat mensen die ‘irritant alleen maar komen halen’, eigenlijk laten weten: “Ik durf mezelf nog niet echt te laten zien maar ik wil graag participeren. Daarom ben ik hier.” Ook daar is lef voor nodig.
Misschien is het wel zo dat zij eigenlijk zeggen: geef me veel antwoorden en tips. Geef me aandacht. Geef me liefde.
En dan kan het zo zijn dat ‘vanzelf’ het moment komt dat die mensen ‘gevuld’ zijn met overvloed en zichzelf durven te laten zien, in vraag en antwoord, in halen en brengen. Want wat is nou lekkerder dan overvloedig zijn en jezelf kunnen delen zonder dat je ook maar een seconde nadenkt over een mogelijke afwijzing of tekort?
Hmm ja, autobiografisch, maar herkenbaar?
Technostress… Wat?
Geplaatst door Nynke op 20-04-2011 | Reageren uitgeschakeld
Bijna drie weken geleden – ik hoor duidelijk niet bij die snelle, multitaskende vrouwen – las ik een artikel, ‘Nooit meer rust’ van Stephanie Bakker, in de FD weekendbijlage (2 april ’11). De strekking, en dan neem ik een citaat uit het artikel over van filosofe Joke Hermsen: “We hebben de afgelopen honderd jaar allerlei tijdbesparende machines ontwikkeld, maar we hebben minder tijd dan ooit.” Ze schreef er een boek over: “Stil de tijd, pleidooi voor een langzame toekomst.”
Andere gevolgen van dit beeldschermtijdperk die worden genoemd in het artikel van Bakker, zijn o.a. een massale ‘beeldscherm-burnout’ (Hermsen), ons vermogen tot diep nadenken wordt aangetast waardoor onze productiviteit daalt en echte creativiteit verdwijnt, onze kennis wordt minder door veelvuldig gebruik van Google (Nicolas Carr) en een massaal ontstane behoefte aan ongedeelde aandacht (onderzoek VS), zeker bij kinderen (Turkle).
Het artikel spreekt over de noodzaak van een nieuwe balans waarvoor zaken worden aangedragen als een powernap, yoga, mediteren, wandelen, een (bij voorkeur moeilijk, fysiek) boek lezen, een goed gesprek voeren en… apparaten uitzetten natuurlijk, slechts een paar uur per dag. Dit nieuwe gedrag integreren zo stelt Carr, kunnen bovenstaande nadelige gevolgen weer ongedaan maken.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik blij was met het artikel omdat ik me erg gesteund voelde. Ik heb namelijk nogal moeite om ‘mee te komen’. Hiermee bedoel ik dat ik tijd nodig heb voor alles wat ik lees, hoor en zie en dus een beetje vastloop in de overload aan informatie du moment dat ik achter mijn laptop kruip. En dan heb ik nog niet eens een smartphone! Bovendien dreig ik mezelf telkens te verliezen omdat ik de tijd en rust niet neem om bijvoorbeeld na te gaan wat ik ervaar, wat mijn mening is en welke koers ik wil volgen.
En ja, dat een goed gesprek voeren een van de zaken is die wordt genoemd als remedie voor deze nieuwe epidemie, doet me natuurlijk bijzonder goed. Dat is immers mijn lust en mijn leven en, niet helemaal toevallig, ook mijn werk.
Maar hoe realistisch is het scenario dat hier wordt geschetst? Kloppen de stellingen van Carr bijvoorbeeld? Bovendien: de technologie schrijdt alleen maar voort, ontwikkelt zich alsmaar sneller. In hoeverre zijn mensen in staat daar tegenwicht aan te bieden door dit te consuminderen en andere activiteiten te ontplooien? Is het menselijk brein misschien in staat een evolutionaire sprong te maken en in de pas te blijven lopen met de techniek? Futurologen stellen bijvoorbeeld dat diezelfde techniek de mens over gaat nemen. Is dat iets om naar uit te kijken of te vrezen?
Terug naar nu. Het lijkt dat aan authenticiteit steeds meer waarde wordt gehecht. Het heerlijke van de huidige technische ontwikkelingen is dat de wereld klein en transparant is geworden. Daar vaart authenticiteit wel bij: machtsmisbruik, corruptie of onechtheid, ze zijn makkelijker door te prikken. Een andere kant van dit beeldschermtijdperk is… het beeldscherm. Staat dat een goed gesprek in de weg? En zijn goede gesprekken überhaupt nodig om authentiek te functioneren? Kunnen we de aandacht geven en krijgen die we nodig hebben via een beeldscherm of zal de behoefte aan aandacht ook worden vervangen door techniek? Veel coaches en counsellors zweren inmiddels bij online werken en as 12 mei is alweer het 2e E-coaching symposium, georganiseerd door de universiteit van Tilburg.
Mijn idee? Ik denk dat de mens, via een nieuwe balans in off- en online, zoals hierboven geschetst, doorontwikkelt naar een veel effectievere manier van omgaan met techniek en de snelle ontwikkelingen daarin. Het huidige tempo proberen bij te benen, werkt denk ik uitputtend. Via meer offline-activiteiten een groter menselijk potentieel ontdekken, lijkt me zinvoller. Iets wat lijkt op: naar het oog van de cycloon…
Robert Bavelaar over authenticiteit
Geplaatst door Nynke op 05-07-2007 | Reageren uitgeschakeld
“Het volgende interview heb ik gehouden met Robert Bavelaar,
directeur/COO bij Biegelaar bv, een grafische dienstverlener. Dit interview was voor mij extra boeiend omdat het een sector betreft, waar de nadruk ligt op produktie, zeg: de harde kant. De uitdaging voor Robert om de mens-ontwikkel-kant, de softe kant, voldoende aandacht te geven is dan ook deste groter. Wat mij daarbij opviel is dat Robert de kunst beheerst om die vrij abstracte mens-ontwikkel-kant te communiceren in de taal van de produktiewerkers. Het is heel interessant om te lezen vanuit welke visie hij dat doet:
“Men erkent inmiddels dat er iets anders is dan jagen op geld. Maar zolang er egoleiders aan de toppen van bedrijven zitten, is een echte omslag naar meer authenticiteit heel lastig volgens mij. Ik denk dat het evolueren van de dingen de drijvende kracht is achter deze omslag. Organisaties moeten mee met hun tijd en daarin veranderen dingen steeds sneller. Alle technische ontwikkelingen zijn behulpzaam geweest maar gaan op een gegeven moment een eigen leven leiden. Daarin moet je meer zelf keuzes leren maken. En dan merken bedrijven dat er andere dingen nodig zijn dan alleen de controller of de boekhouder.
Mensen, die gewend zijn hun houvast te zoeken in de dingen om hen heen, hebben steeds meer moeite de ontwikkelingen bij te houden. Ze worden daardoor steeds meer teruggeworpen op zichzelf en gaan op zoek, eventueel geholpen door coaching of training, naar nieuw houvast: naar richting van binnenuit waardoor hun authenticiteit groeit.
Leiders die niet authentiek zijn zullen in de loop van de tijd hun positie ook niet meer kunnen handhaven is mijn mening. Er zal geluisterd moeten worden naar de onderkant van de organisaties, dan zal de omslag gemaakt worden.” Download robert_bavelaar.doc
Dialoog Instituut
Geplaatst door Nynke op 04-02-2007 | Reageren uitgeschakeld
Gisteren was ik op bezoek bij een nieuw inititatief: ‘Het Dialoog Instituut’. De drie initiatiefnemers: Claes-Berend van der Kolk, Patrice Dijkman en Floris Koot, willen hiermee “de kracht van de dialoog onderzoeken en de verschillende vormen die er bestaan voor groepen en bedrijven stimuleren”. “Onze intentie is hiermee een bijdrage te willen leveren aan de geest van dialoog, aan meer samenhang en verbinding.”
Waarom die aandacht voor juist deze vorm? Tijdens de dag hebben we ermee geoefend en dat bleek nog niet mee te vallen. Dus aandacht verdient het wel. Maar wat levert het dan op?
Veel twee- of groepsgesprekken lijken op een soort ping-pong spel waarbij de sterkst gebrachte statements ‘winnen’. Het lijkt altijd te gaan om of-of, dus 1 waarheid. Of men zoekt snel consensus.
Ik denk dat een goede dialoog en-en inhoudt. Het heeft dus elkaar aanvullende waarheden als uitgangspunt. Als je als uitgangspunt neemt dat iedereen die meedoet aan een gesprek een stuk waarheid inbrengt, ben je ook bereid daarnaar te zoeken. Dan krijg je een heel ander soort communicatie.
Op zoek naar de waarde van een inbreng, komt rust en diepgang in een gesprek. Er wordt doorgevraagd en gereflecteerd. Dan blijken tegengestelde argumenten elkaar niet meer te bijten maar elkaar te versterken door de nieuwe invalshoeken. De participanten herkennen allen hun bijdrage in de uitkomst van het gesprek en zullen er vol voor gaan.
De diepgang en synergie van de zo’n uitkomst lijken flinke voordelen te zijn. Zitten er ook flinke nadelen aan het meer (in)voeren van de dialoog, bijvoorbeeld in organisaties?

